Etalagebenen? Liever naar de fysiotherapeut dan de vaatchirurg

Etalagebenen? Liever naar de fysiotherapeut dan de vaatchirurg

Drie op de tien patiënten met etalagebenen belanden al snel op de operatiekamer. Ze ondergaan dan vaak standaard een dure dotterbehandeling, terwijl dat helemaal niet nodig is. De beste zorg voor etalagebenen is meteen ook de goedkoopste: drie maanden gespecialiseerde fysiotherapie. Dit blijkt uit het recente promotieonderzoek van Hugo Fokkenrood aan de Maastricht University.
 
Pijn bij het lopen
Etalagebenen: het woord klinkt misschien grappig, maar het gaat hier om een serieuze aandoening, waar ongeveer 400.000 Nederlanders last van hebben. Claudicatio intermittens, zoals de wetenschappelijke naam luidt, ontstaat na verkalking van de beenslagaders. Hierdoor komt er te weinig zuurstofrijk bloed in de spieren, waardoor ze verkrampen, wat pijn doet bij het lopen. Het enige wat dan helpt, is rust. Vandaar dat een patiënt met etalagebenen vaak langdurig en schijnbaar geïnteresseerd de etalage van een reisbureau staat te bekijken, terwijl hij helemaal niet van plan is op vakantie te gaan.
 
Ieder jaar komen er in Nederland zo’n 25.000 patiënten bij. Behalve pijn bij het lopen, hebben deze mensen ook een verhoogd risico op hartaanvallen en hersenbloedingen. De levensverwachting van patiënten met etalagebenen is gemiddeld tien jaar korter.
 
Getrapte behandeling
In zijn promotieonderzoek concludeert Fokkenrood dat patiënten met etalagebenen de meeste baat hebben bij de zogenoemde stepped care: een getrapte behandeling die looptraining door een speciaal opgeleide fysiotherapeut combineert met leefstijladviezen. Feit is echter dat maar weinig patiënten ook echt een fysiotherapeut te zien krijgen; de huisarts verwijst vrijwel standaard door naar de vaatchirurg.
Fokkenrood komt met opmerkelijke cijfers. Hij onderzocht bijna vijfduizend bij CZ verzekerde patiënten die zich in het ziekenhuis meldden met etalagebenen, en constateerde dat maar liefst zo’n 30 procent meteen gedotterd werd. Meer dan één op de drie van die groep moest binnen twee jaar opnieuw geopereerd worden. Van de bijna 2.900 patiënten die geen behandeling maar wel leefstijladviezen kregen, moest 15 procent alsnog geopereerd worden. Slechts 14 procent van de vijfduizend onderzochte patiënten kreeg de gemiddeld veel effectievere looptraining voorgeschreven.
Duurkoop is duurkoop
Looptraining ingeburgerd krijgen als behandelmethode voor etalagebenen is nogal moeilijk, meent professor Joep Teijink, vaatchirurg in het Catharina Ziekenhuis en promotor van Fokkenrood. Dat heeft te maken met vooroordelen van artsen, maar ook met ongelukkige keuzen van verzekeringsmaatschappijen.
 
Vooral dat laatste is volgens Teijink van een schrikbarende naïviteit: "Als ik een patiënt een dotterbehandeling geef van pakweg 11.000 euro, dan wordt die volledig vergoed door de zorgverzekeraar. Maar als ik een patiënt doorverwijs naar een fysiotherapeut, dan is de kans groot dat die de eerste twintig behandelingen zelf moet betalen. Afhankelijk van of ze een aanvullende verzekering hebben en wat die dekt. Soms verwijzen we iemand door en dan komt die een week later terug voor een operatie, omdat hij of zij geen geld heeft voor die ruim 600 euro voor de eerste twintig behandelingen fysiotherapie. En etalagebenen komen vaak voor in lage inkomensklassen. Dan kost het dus 11.000 euro, omdat we die fysiotherapie niet onder de verzekering laten vallen."
 
Duurkoop is hier dus écht wat het is: duurkoop.
 
Maak het verschil 
Soepel en pijnloos kunnen bewegen is van direct belang voor het functioneren en de kwaliteit van leven van mensen. Een goede fysiotherapeut oefent hier direct invloed op uit en kan zo het verschil maken tussen werken en niet werken en tussen sporten en niet sporten. Dit beroep vraagt daarom om goed opgeleide mensen die een uitstekende theoretische basis combineren met praktische vaardigheden. Pro Education heeft een uitgebreid aanbod opleidingen fysiotherapie. Aandacht voor de cliënt en zorgvuldig, kundig en professioneel handelen staan hierin steeds centraal.
 
Bron: nos