Normering RTNA

Normering RTNA

Als kinderen zich spontaan mogen uitdrukken,tonen ze beter hun taalvaardigheid en taalproblemen dan in andere psychologisch geconstrueerde taaltesten. Hierdoor wordt de diagnose duidelijker en kun je als logopedist specifieker gaan behandelen.

Marja Borgers is specialist op het gebied van eerste en tweede taalontwikkeling van kinderen en is daarnaast gespecialiseerd in taalontwikkelingsstoornissen. Zij richt zich voornamelijk op de spontane taal van het kind en is medeontwikkelaar van RTNA: Renfrew-Taalschalen Nederlandse Aanpassing.

Semantisch-pragmatisch taalontwikkelingsonderzoek
In 1967 ontwikkelde Catherine Renfrew de Renfrew Language Scales; een screening om de taalinhoud en -vorm van schoolgaande kinderen in de leeftijd van 3-9 jaar te onderzoeken. In 2000 nam Kino Jansonius deze taalschalen vanuit Groot-Brittannië mee naar Nederland. Marja Borgers en Kino wilden dit instrument linguïstisch beter uitbouwe en als taaltest beschikbaar maken voor Nederlandse taaldeskundigen, vooral logopedisten. Hiermee zou de kwaliteit van informatieoverdracht van het kind, dus de semantiek en de pragmatiek, kunnen worden onderzocht. Dit resulteerde in de RTNA: de Renfrew-Taalschalen Nederlandse Aanpassing. In de Nederlandse variant werd de afname van de test veranderd, zodat het kind met gedoseerde hulp wel tot goede, informatieve antwoorden kan komen.

COTAN-normering
De onderzoekers vonden het vervolgens belangrijk een normonderzoek uit te voeren,zodat het een genormeerde test voor de logopedie zou kunnen worden. Mieke Ketelaars, een orthopedagoog die RTNA gebruikte en promoveerde op semantischpragmatische problemen van kinderen,werkte hieraan mee. Marja vertelt: "In eerste instantie wilden we Renfrew alleen naar het Nederlands vertalen en uitbreiden, maar gaandeweg kwamen we tot het besef dat de toets veel beter in de logopedische en
klinisch-linguïstische praktijk gebruikt kon worden als er sprake was van een officiële COTAN-normering."

Betrouwbaarheid RTNA
Als een test wordt genormeerd, moet deze aan hoge eisen voldoen. Een psychologisch comité beoordeelt iedere taaltest die in Nederland wordt uitgegeven op wetenschappelijke waarde. De RTNA is ontwikkeld volgens de eisen voor testontwikkeling en zal door het comité worden beoordeeld. Kino Jansonius heeft het normonderzoek in samenwerking met Mieke Ketelaars uitgevoerd.Ook Vlaamse onderzoekers werden hierbij betrokken. De normanalyse werd uitgevoerd onder kinderen in het reguliere onderwijs, van Nederlandse afkomst en met een normale ontwikkeling.

RTNA-trainingen geactualiseerd en uitgebreid
De RTNA bestaat uit drie taalschalen: woordvinding (Woordvinding Woordenschat Test), werkwoordgebruik (Actieplaten Test)en vertelvaardigheid (Busverhaal Test). Er zijn drie trainingen ontwikkeld voor de drie taalschalen. Het trainingsteam bestaat uit Kino Jansonius, Annette Scheper en Marja Borgers. Hierover vertelt Marja: "De trainingen zijn de afgelopen tijd grondig onder de loep genomen en aangepast. De training vertelvaardigheid is bovendien uitgebreid; deze duurt nu twee dagen, net als de beide andere trainingen." Marja geeft aan dat ze hier erg blij mee is: "We kunnen nu veel meer ingaan op de therapie. Maar het grootste voordeel is dat mensen tussen de trainingsdagen in huiswerkopdrachten maken en in hun eigen praktijk aan de slag kunnen gaan met de test. We kunnen hier vervolgens met de groep op ingaan. Zo krijgen cursisten veel betere feedback, waardoor ze uiteindelijk beter toegerust naar huis gaan."

Specifieker behandelen dankzij RTNA
Dankzij de officiële normering van RTNA zal het gebruik ervan toenemen. "Het is een investering. Het kost nu eenmaal tijd om de test af te nemen bij een kind, de taal van het kind uit te werken en zorgvuldig je conclusies te trekken. Daar staat tegenover dat je veel gerichter kunt behandelen, waardoor de behandeling effectiever is. De tijd die je hebt geïnvesteerd in de test verdien je daarmee weer terug." Kijk hier voor meer informatie over RTNA en de relevante opleidingen.