TOS is onzichtbare handicap

TOS is onzichtbare handicap

Tijdens de Europese dag van de Logopedie begin maart heeft de beroepsvereniging van logopedisten NVLF aandacht besteed aan het belang van taalontwikkeling en in het bijzonder aan TOS. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben moeite met taal. Ouders kunnen het bij hun kind herkennen aan de manier van communiceren. Denk aan een peuter die weinig praat en onverstaanbaar is, een wat ouder kind dat kromme zinnen maakt of verkeerde werkwoorden gebruikt of een kind dat stil is omdat het moeite heeft met het meedoen aan een gesprek.

De aandacht voor TOS is volgens de branchevereniging nodig, omdat er nog veel onwetendheid is. Er zijn minstens zoveel kinderen met taalproblemen als met ADHD en er zijn zelfs minstens achttien keer zoveel kinderen met taalproblemen als met autisme. In elke klas van dertig leerlingen zijn er ongeveer twee met een taalontwikkelingsstoornis. Een ouder heeft dan wel door dat zijn kind niet goed uit zijn woorden komt, maar er wordt niet meteen aan een stoornis gedacht, of mensen weten niet dat je hiervoor kunt worden behandeld. Voorheen werden logopedische screenings gedaan op basisscholen. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren op deze vorm van preventie fors bezuinigd. Een kind met TOS heeft extra taalondersteuning nodig, maar uitsluitend voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is niet voldoende. Logopedisten kunnen de spraak- en taalontwikkeling van kinderen beoordelen, daarin adviseren en zo nodig behandelen. Vroegtijdige signalering van spraak-taalproblemen is dus enorm belangrijk. Als de ontwikkeling van de communicatie niet goed verloopt, kan dit ernstige gevolgen hebben. Niet alleen in het gedrag, maar ook voor de verdere ontwikkeling, schoolloopbaan en carrière. In Nederland hebben ongeveer 60.000 jongeren TOS.

(Bron: NVLF)