“Ouderen en ouderenzorg zijn erg veranderd in de afgelopen 25 jaar”

“Ouderen en ouderenzorg zijn erg veranderd in de afgelopen 25 jaar”

Annemiek Berghoef werkt als specialist ouderengeneeskunde bij Geriant West-Friesland in Hoorn. Geriant biedt hulp aan mensen met dementie en hun naasten. Van onderzoek en behandeling tot begeleiding en ondersteuning. Annemiek vertelt hoe zij vanuit haar dagelijkse praktijk de plek van de ouderen in onze maatschappij ziet en de rol die de zorg daarin vervult.

“Ouderen zijn tegenwoordig veel beter geïnformeerd. Ze zoeken informatie op het internet en stellen daar vragen over. Ik vind ook dat ouderen over het algemeen nog heel actief zijn”, vertelt ze. “Het is niet meer zo dat ze met 65 achter de spreekwoordelijke geraniums of in het bejaardenhuis gaan zitten. Er zijn echt hoogbejaarde mensen die nog volop in het leven staan. Er zijn ook heel veel oudere mensen die nog naar een camping gaan met de caravan. Wij stimuleren ook dat ze bijvoorbeeld nog sporten of bij een koor gaan. Ik hamer er altijd op om vooral in beweging te blijven. Dementie genezen kun je natuurlijk niet, maar fysiek gezond blijven en bewegen is ontzettend belangrijk. Als het mogelijk is wandelen of fietsen. En zingen is ook heel goed.”
 
“Ik begon in ’94 met werken in een verpleeghuis en ik heb de zorg in die 25 jaar heel erg zien veranderen. De vergrijzing speelt daarbij een rol, maar ook het beleid van de regering dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten blijven. Op zich is dat een heel mooi uitgangspunt, maar je ziet dat mensen die vroeger in een verpleeghuis zaten tegenwoordig nog thuis wonen. En de problemen die ze nu hebben, zijn dezelfde als de problemen waarvoor ze vroeger in het verpleeghuis zaten. Dus nu heb je in een thuissituatie te maken met hoogbejaarde, zeer kwetsbare patiënten met heel veel aandoeningen. Zowel lichamelijk als cognitief.”


Zorg is veel intensiever

“Dat is één verandering”, gaat Annemiek verder. “Een andere is dat het aantal verzorgingshuizen sterk is verminderd. En ook in de verzorgingshuizen die er nog zijn, zitten mensen die vroeger naar een verpleeghuis zouden gaan. Dus de mensen die in de verzorging werken moeten steeds meer kennis hebben. Mensen die in het verpleeghuis worden opgenomen, verblijven daar veel korter dan dertig jaar geleden. Omdat ze al zo kwetsbaar en oud zijn, is de levensverwachting nog maar heel kort. Daardoor is de zorg in de verpleeghuizen veel intensiever geworden.”
 
“Ik zie die verandering ook op de revalidatieafdeling. Doordat mensen langer thuis wonen, aandoeningen of een beroerte krijgen of vallen, dat laatste gebeurt heel vaak, komen ze in het ziekenhuis terecht en vervolgens op de revalidatieafdeling. Een groot deel van hen kan weer naar huis. Maar je ziet ook, omdat ze kwetsbaar zijn, dat ze daarvoor al overlijden”, vertelt ze.
 
“Ik denk dat het toch nodig is het aantal plekken in verpleeg- en verzorgingshuizen weer uit te breiden. Nu staan urgente gevallen een halfjaar op een wachtlijst. Daardoor worden mensen met dementie met wie het echt niet meer gaat, met een rechtelijke machtiging of met een ibs opgenomen. Dat aantal heb ik zeker de afgelopen twee jaar heel duidelijk zien toenemen. Als mensen eerder naar een verpleeghuis kunnen, kan dat vaak worden voorkomen. De capaciteit moet toenemen. Ook in verzorgingshuizen of woon-zorgcomplexen. Daarnaast moet het kennisniveau omhoog”, bepleit Annemiek. “Verzorgenden moeten bijgeschoold worden. Er moeten meer verpleegkundigen en specialisten ouderengeneeskunde bij.”


Andere manier van werken

“Er moet misschien ook gekeken worden naar een andere manier van werken”, redeneert Annemiek. “Efficiënter en met taakdelegatie, zodat je je kunt richten op wat echt nodig is. En een goede ondersteuning en begeleiding van de mantelzorgers is heel belangrijk. Ik ben ook heel erg voor het werken met casemanagers. Dat zijn HBO-verpleegkundigen met een aanvullende opleiding. Zij hebben heel nauwe contacten met de wijkverpleging, met de huisartsen en met de paramedici. Ik weet zeker dat zonder de casemanagers de problemen helemaal niet te overzien zouden zijn.”
 
“Ik werk altijd met casemanagers samen. De huisarts meldt een patiënt aan bij ons en dan gaan de casemanager en de arts bij diegene thuis kijken. Die doen onderzoek en testen. Zo nodig kunnen we een psycholoog inschakelen, een MRI laten maken en dan stellen we een diagnose, waarna we die persoon blijven volgen.”


Veelzijdig en afwisselend werk

“Wij zoeken ook heel erg de samenwerking met de huisartsen op. Dat werkt goed in deze regio, huisartsen weten ons goed te vinden. Wij doen hier met name diagnostiek om dementie en cognitieve problemen in kaart te brengen. Verder behandelen en begeleiden we patiënten en hun naasten en mantelzorgers. Behandeling is natuurlijk lastig bij dementie, maar we proberen zo goed mogelijk de kwaliteit van leven te verbeteren zodat mensen op een veilige, prettige manier thuis kunnen blijven wonen. Dat is eigenlijk ons doel.”
 
“We doen het echt met elkaar”, besluit Annemiek. “Ieder met zijn eigen deskundigheid en dan vul je elkaar aan. En het is heel mooi werken in de ouderenzorg, dus dat moeten we ook promoten. Hoe veelzijdig en afwisselend het is en hoeveel je kunt betekenen.”


Cijfers

  • Momenteel lijden er in Nederland  280.000 mensen aan dementie.
  • In 1950 waren dat er 50.000 en over 25 jaar zijn dat meer dan 500.000 mensen.
  • Mensen met dementie leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte.
  • Ieder uur komen er in Nederland 5 mensen bij met dementie.
  • Er zijn 350.000 mensen die zorgen voor iemand met dementie die thuis woont.