Sarcopenie in de fysiotherapiepraktijk

Sarcopenie in de fysiotherapiepraktijk

Vallen, balansproblemen, problemen met de uitvoering van ADL-activiteiten, kwetsbaarheid, verlies van kwaliteit van leven. Het zijn allemaal aspecten die lijken te horen bij ouderdom. Een belangrijke oorzaak hiervan blijkt het fenomeen sarcopenie. De toenemende kennis over sarcopenie zal in de toekomst een grote impact hebben op het (geriatrie)fysiotherapeutische handelen.
 
Sarcopenie is een gerontologisch proces van afgenomen spiermassa, spierkracht en spierfunctie. Het hangt nauw samen met negatieve gezondheidsuitkomsten als vallen1, een verstoorde balans2, fysieke beperkingen3, beperkingen in activiteiten van het dagelijks leven4, verminderde kwaliteit van leven5, verhoogd risico op ondervoeding6 en zelfs mortaliteit7. Sarcopenie zal een grotere rol moeten gaan spelen binnen het fysiotherapeutisch handelen, nu de evidentie toeneemt van de effectiviteit van onder andere krachttraining in combinatie met een voedingsinterventie.
 
Substantieel hogere zorgkosten
De consequenties van sarcopenie zijn niet alleen groot voor het individu. Ook de maatschappij draagt de lasten, aangezien sarcopenie samengaat met substantieel hogere zorgkosten. In een recente Nederlandse studie is aangetoond dat ouderen met sarcopenie meer zorgkosten maken dan ouderen zonder sarcopenie: gemiddeld € 11.168 aan extra zorgkosten per persoon per jaar8. Gezien de hoge prevalentie van sarcopenie in Nederland (variërend van 12 procent van de zelfstandig wonende ouderen tot 42 procent van de ouderen die thuiszorg krijgen en ruim 58 procent van de ouderen die in een verzorgingshuis wonen) zijn de totale kosten van sarcopenie substantieel te noemen.9
 
Definitie van sarcopenie
Ondanks de enorme gevolgen van sarcopenie heeft dit fenomeen nog geen structurele plek in de klinische praktijk. Dit is met name het gevolg van het feit dat sarcopenie een complex concept is. Er is bovendien nog geen internationale consensus over de conceptuele en operationele definitie. Wel is er bijvoorbeeld een Europese consensusdefinitie10. Daarmee wordt sarcopenie vastgesteld op basis van een algoritme (figuur 1). Om te beginnen wordt er naar loopsnelheid gekeken om een indruk te krijgen van sarcopenie; het afkappunt is 0,8 m/s. Wanneer er naast een beperkte loopsnelheid ook een beperkte knijpkracht is, dan is er sprake van sarcopenie.
 
Bij ouderen die geen verminderde loopsnelheid hebben, wordt de spiermassa gemeten. Indien deze beperkt is, wordt er ook gesproken over sarcopenie. De keuze voor specifieke meetinstrumenten, bijvoorbeeld de keuze om een bio-impedantiemeting of een DEXA-meting te gebruiken om spiermassa te bepalen, is onder andere afhankelijk van de setting, het beschikbare budget en de expertise van de professional.
 
Verschillen in afkappunten en meetinstrumenten
Er zijn diverse afkappunten in omloop die bij gebruik verschillende resultaten laten zien. Door deze verschillen blijft het voor de professional onduidelijk welke meetinstrumenten in combinatie met welke afkappunten gebruikt dienen te worden11. Dit heeft tot gevolg dat sarcopenie nauwelijks wordt behandeld in de fysiotherapeutische praktijk. Daardoor blijven er onnodige gezondheidsrisico’s en zorgkosten bestaan bij de groeiende groep ouderen. Overigens heeft de WHO in de VS sarcopenie per 1 oktober 2016 als aandoening aangemerkt. De verwachting is dat ook Europa zal volgen. Momenteel wordt er gewerkt aan een platform Sarcopenie. Het doel hiervan is onder andere dat er meer zicht komt op het wetenschappelijk onderzoek en dat er een brug geslagen wordt tussen wetenschap en praktijk. De hoop is dat de gezondheidsrisico’s en kosten die sarcopenie individueel en maatschappelijk veroorzaakt, teruggebracht zullen worden.
 
Lotte Kunst, Msc
Geriatriefysiotherapeut en voorzitter NVFG
 
Figuur 1. Algoritme ter diagnostisering van sarcopenie op basis van Europese consensus.10

Alfonso J. Cruz-Jentoft et al. Age Ageing 2010;39:412-423

 

Literatuurlijst

  1. Landi, F.; Liperoti, R. en Russo, A., et al. (2012). Sarcopenia as a risk factor for falls in elderly individuals: results from the ilSIRENTE study. Clinical nutrition, 31(5):652-658.

  2. Bijlsma, A.Y.; Pasma, J.H. en Lambers, D, et al. (2013). Muscle strength rather than muscle mass is associated with standing balance in elderly outpatients. Journal of the American Medical Directors Association, 14(7):493-498.

  3. Janssen, I.; Heymsfield, S.B. en Ross R. (2002). Low relative skeletal muscle mass (sarcopenia) in older persons is associated with functional impairment and physical disability. Journal of the American Geriatrics Society, 50(5):889-896.

  4. Hirani, V.; Blyth, F. en Naganathan, V., et al. (2015). Sarcopenia Is Associated With Incident Disability, Institutionalization, and Mortality in Community-Dwelling Older Men: The Concord Health and Ageing in Men Project. Journal of the American Medical Directors Association, 16(7):607-613.

  5. Rizzoli, R.; Reginster, J.Y. en Arnal, J.F., et al. (2013). Quality of life in sarcopenia and frailty. Calcified Tissue International, 93(2):101-120.

  6. Van de Woude, M.F.; Alish, C.J.; Sauer, A.C en Hegazi, R.A. (2012). Malnutrition-sarcopenia syndrome: is this the future of nutrition screening and assessment for older adults? Journal of Aging Research, 651570.

  7. Batsis, J.A.; Mackenzie, T.A.; Jones, J.D.; Lopez-Jimenez, F. en Bartels, S.J. (2016). Sarcopenia, sarcopenic obesity and inflammation: Results from the 1999-2004 National Health and Nutrition Examination Survey. Clinical nutrition.

  8. Mijnarends, D.M.; Schols, J.M.G.A.; Halfens, R.J.G.; Meijers, J.M.M.; Luiking, Y.C.; Verlaan, S. en Evers, S.M.A.A. (2016). Burden-Of-Illness of Dutch Community-Dwelling Older Adults with Sarcopenia: Health Related Outcomes and Costs. European Geriatric Medicine.

  9. Mijnarends, D.M.; Meijers, J.M.M. en Halfens, R.J.G., et al. (2013). Validity and reliability of tools to measure muscle mass, strength, and physical performance in community-dwelling older people: a systematic review. Journal of the American Medical Directors Association, 14(3):170-178.

  10. Cruz-Jentoft, A.J.; Baeyens, J.P. en Bauer, J.M., et al. (2010). Sarcopenia: European consensus on definition and diagnosis: Report of the European Working Group on Sarcopenia in Older People. Age and Ageing, 39(4):412-423.

  11. Bahat, G.; Tufan, A. en Tufan, F., et al. (2016). Cut-off points to identify sarcopenia according to European Working Group on Sarcopenia in Older People (EWGSOP) definition. Clinical nutrition

Relevante cursus